Van traditioneel naar Resultaatgericht

Tot en met de jaren 80 was het gebruikelijk om in het 3e jaar de liggende delen bij te werken en na vijf jaar alles te schilderen. Veel corporaties hadden eigen schilders in dienst die werden aangestuurd door de opzichter, die eveneens in dienst was van de corporatie. Hoewel dit over het algemeen het gewenste resultaat opleverde waren de inspanning en de kosten hoog.

Ingegeven door een krapper onderhoudsbudget en hogere kosten voor arbeid werd eerst de tussenbeurt in het 3e jaar geschrapt. Toen bleek dat dit geen grote gevolgen had voor de onderhoudsconditie werd in de jaren 90 de cyclus van 5 jaar opgerekt. Verffabrikanten konden naar eigen zeggen hiervoor de geschikte producten leveren. Met verschillende onderzoeken toonde de markt aan dat een cyclus van 6 jaar haalbaar was. Voorwaarde was dat de ondergrond geen gebreken vertoonde en de schilder de producten op de juiste manier verwerkte. Dit was dan ook de periode waarin massaal neuslatten werden geplaatst, al dan niet met isolerend dubbelglas. Verbindingen werden gedicht en scherpe kanten afgerond. Bij de oplevering werd naast deze handelingen ook gecontroleerd op verflaagdikte en hechting. De eigen onderhoudsdienst werd geleidelijk afgestoten.

 
De duurzaamheid van het schilderwerk nam toe door degelijk ondergrondherstel en betere verfproducten. Eind jaren negentig werd gepionierd met prestatiegericht schilderen. Er werden prestatie-eisen opgesteld bij oplevering en na een periode van 6 of 7 jaar. Het werkte en de methode werd omarmd door diverse marktpartijen. De ervaringen waren niet alleen positief. Door een te “snelle” vóórinspectie en onvoldoende kennis van degradatieprocessen werden problemen onvoldoende onderkend en werden de prestatieafspraken niet gehaald, met alle gevolgen van dien.

Rond 2010 kwam de roep naar een nog langere onderhoudscyclus van 8 jaar. Volgens de richtlijnen voor nieuwe kozijnen mogen geen KOMO-latten meer worden toegepast en wordt meestal gekozen voor binnenbeglazing. Het planmatig onderhoud beperkt zich niet langer tot schilderwerk maar de gehele gevel wordt erbij betrokken. Door het clusteren van alle werkzaamheden aan de gevel kan de overlast voor huurders en gebruikers worden teruggebracht en wordt klimmaterieel efficiënter gebruikt.
Deze goede ontwikkeling vergt echter meer dan ooit een goede afstemming tussen de onderhoudsconditie, de gewenste kwaliteit en de te nemen maatregelen. Meten is dus nog niet weten maar slechts het begin van een proces tot functioneel en budgetverantwoord onderhoud.